Bekkeninstabiliteit

Wat is bekkeninstabiliteit?
Het bekken bestaat uit een ring die gevormd wordt door 3 botstukken; de linker en rechter bekkenhelft met aan de achterkant het heiligbeen.
De verbinding tussen de 3 botstukken wordt gevormd door 3 gewrichten: 1 aan de voorzijde genoemd de symfyse (het schaambeen), 2 en 3 aan de achterzijde links en rechts van het heiligbeen genoemd de SI-gewrichten. Op deze plaatsen worden de botstukken verbonden door kraakbeen.
Het bekken en daarmee ook de SI-gewrichten vormen de verbinding tussen de romp en de benen. Krachten van de benen moeten over het bekken naar de romp geleid worden en vice versa. Om deze krachten goed over te kunnen brengen moeten de SI-gewrichten stabiel zijn, d.w.z. er mogen bij belasting niet te grote verschuivingen plaatsvinden.

De ligamenten (gewrichtsbanden) van het bekken zijn van groot belang bij het overbrengen van het lichaamsgewicht van het bekken naar de benen. Bekkeninstabiliteit ontstaat als de spieren niet in staat zijn de grote beweeglijkheid van de gewrichten te compenseren. Ook door een val of een ander trauma kan bekkeninstabiliteit ontstaan. Als het bekken erg beweeglijk is moeten de spieren rond het bekken harder werken om de stabiliteit van de gewrichten te waarborgen.

Veranderingen tijdens de zwangerschap
Bij iedere zwangere vrouw verweken in de loop van de zwangerschap het kraakbeen en de banden die de verbinding vormen tussen de bekkengewrichten. Dit gebeurt onder invloed van zwangerschapshormonen. Onder invloed van deze hormonen verweekt het kraakbeen waardoor er meer ruimte tussen de botten komt en waardoor meer beweeglijkheid mogelijk is. De verweking tijdens de zwangerschap is een normaal proces, deze zorgt er namelijk voor dat het kind tijdens de bevalling makkelijker de bekkenring passeert. Deze verweking bereikt rond 28 weken van de zwangerschap zijn maximum.

Ook tijdens de zwangerschap kantelt het bekken meer voorover waardoor de rug holler wordt, door uitzetting van de buik naar voren. Hierdoor treedt ook verandering op in de spieren die aan het bekken vastzitten.

De volgende klachten kunnen aanwezig zijn:
- pijn/gevoeligheid van en rond het schaambeen. De pijn kan uitstralen naar de binnenkant van de bovenbenen;
- pijn in de onderrug. De pijn kan uitstralen naar de achterzijde van de bovenbenen en/of de billen;
- pijn bij de volgende activiteiten: lopen, staan, opstaan, bij het gaan zitten, bij plotselinge bewegingen, tillen traplopen en omdraaien in bed;
- pijn bij het staan op een been;
- pijn bij het plassen of incontinentieklachten;
- pijn bij het vrijen;
- bukken, tillen, reiken.

Therapie
De therapie richt zich o.a. op het trainen en gebruiken van de spieren rondom het bekken, zodat het bekken weer meer functioneel belastbaar wordt.
Een onderdeel van de therapie is het versterken van de spieren die het bekken stabiliseren: schuine buikspieren, dwarse buikspieren, bilspieren en de rugspieren.

< terug

Geschreven door: Ivonne van Halen
juni 2007
ivonne.jpg